zaterdag 31 oktober 2020

Doctor Carolus Battus: een vluchteling uit de 16e eeuw en zijn kookboek

Een vluchteling vanwege het geloof
De zestiende eeuw was een periode van religieus-politieke woelingen. Lutheranisme en calvinisme telden vóór 1566 vele aanhangers in het zuiden, waaronder de familie Baten uit Gent.

In 1556 ontvluchtte de lutherse Bartholomeus Baten met vrouw en negen kinderen de stad Gent vanwege zijn geloof. Via Antwerpen vertrok hij met zijn gezin per schip naar de kust van de Baltische zee en vestigde zich in Rostock, een belangrijke Hanzestad waarnaar meer Vlamingen uit

Een van zijn zonen was Carel Baten (ca. 1540-1619), die na aankomst al snel in Rostock ging studeren aan de oudste universiteit van Europa, waar hij in 1569 promoveerde als arts; hij vertaalde zijn naam in het Latijn tot Carolus Battus. Als arts trok hij eerst rond in Frankrijk, waar hij het werk leerde kennen van de chirurg Ambroise Paré. Uiteindelijk belandde hij rond 1576 Antwerpen, waar hij een medische praktijk begon. In het woelige jaar 1585 werd Baten benoemd tot stadsarts van de Scheldestad.

Vanwege zijn geloof – ook hij was lutheraan – moest hij in 1585 Antwerpen verlaten en met vele andere vluchtelingen vestigde hij zich, via Hamburg, in Dordrecht. Daar werd Battus in 1588 aangesteld tot stadsarts van Dordrecht, waar hij in het Sacramentsgasthuis vele oorlogsgewonden behandelde. In zijn Dordtse jaren publiceerde hij verschillende vertalingen van medische werken, buitengewoon praktisch voor zijn doelgroep, gekwalificeerde chirurgijns, waarvan de meesten het Frans niet beheersten. Met deze publicaties in de volkstaal heeft Battus veel bijgedragen aan de chirurgie als aparte specialisatie.

Eenen seer schoonen ende excellenten Cocboeck
Aan een van zijn vertalingen van een medisch werk voegde Battus in 1593 een kookboek toe, Eenen seer schoonen ende excellenten Cocboeck. Dat medici zich met recepten bezighielden was niet zo vreemd, immers: met een goede uitgebalanceerde voeding waren ziekten te voorkomen en te genezen. 

Dit soort non-fictieve teksten uit de Middeleeuwen en de Renaissance over voedsel behoort tot de artes-literatuur, boeken over praktische kennis, wat wij nu vakliteratuur noemen. Verzamelingen keukenrecepten vallen onder de Artes mechanicae, en wel onder ‘agricultura’, landbouw en huishouding, en ‘medicina’, geneeskunde. Tot ‘agricultura’ behoren onder meer geschriften op het terrein van botanie en kookkunst; bij ‘medicina’ zijn onder andere geneeskunde, farmaco-botanie, gezondheidsvoorschriften en kruidenboeken in te delen.

Dit is het eerste gedrukte kookboek uit de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1795), kort na de splitsing tussen Noord en Zuid. Het Excellente kookboek met bijna 300 recepten is toegankelijk gemaakt in de vorm van een hertaling in modern Nederlands, bezorgd door neerlandici Christianne Muusers en Marleen Willebrands, en voorzien van een uitgebreide inleiding met achtergrondinformatie. Vele recepten zijn daarnaast bewerkt voor de ‘leckertong’ van nu. Kunsthistorica Alexandra van Dongen beschrijft de gedekte tafel in de tijd van Battus, en koppelt kook- en diengerei aan recepten uit het Cocboeck.  

Dit rijk geïllustreerde boek (320 pp.) is 13 november jl. verschenen bij uitgeverij Sterck & De Vreese.

Op de website Battus.nl is aanvullende informatie te vinden.